...pixels en resolutie

Een digitaal opgenomen foto bestaat uit een enorme hoeveelheid beeldpuntjes. Deze pixels hebben elk een eigen kleur en lichtsterkte en in feite vormen ze samen één groot mozaiek. Een pixel kan heel klein of behoorlijk fors zijn, maar in een afbeelding zijn ze allemaal even groot. Het mag duidelijk zijn dat een afbeelding met heel veel kleine beeldpuntjes veel gedetailleerder is dan een zelfde afbeelding met minder pixels die groter zijn (zie voorbeeldfoto's).


Resolutie en resolutie: In de digitale fotowereld wordt het begrip 'resolutie' voor twee totaal verschillende zaken gebruikt. Dat geeft veel verwarring en maakt het moeilijk te begrijpen. Het zou makkelijker zijn wanneer men in het ene geval consequent zou spreken van 'afbeeldingsresolutie', en in het andere geval van 'cameraresolutie'. Bij afbeeldingsresolutie heb je het over de resolutie van de afbeelding cq fotoafdruk. Bij cameraresolutie heb je het over het totaal aantal pixels dat zich op de sensor van de camera bevindt.


Afbeeldingsresolutie: Het aantal beeldpunten dat in (een stukje van) de foto zit noem ik 'afbeeldingsresolutie' en wordt formeel uitgedrukt in 'ppi'. In plaats van 'ppi' wordt vaak 'dpi' genoemd als men het over resolutie heeft. Alsof het al niet verwarrend genoeg is. De term 'dpi' hoort formeel gebruikt te worden bij de afdrukresolutie van inktjetprinters.

Ppi is de afkorting voor 'pixels per inch' ofwel 'beeldpunten per Engelse duim' en laat zien hoeveel pixels er in 2,54 cm (= 1 inch) te vinden zijn. Bij een afbeeldingsresolutie van bijvoorbeeld 300 ppi bevinden er zich dus 300 pixels in iedere 2,54 cm van de foto. Omdat we in Nederland makkelijker rekenen in hele centimeters kun je ook stellen dat 300 ppi gelijk is aan 118 (300 : 2,54) pixels per centimeter. Voor het gemak mag je dit naar boven afronden tot 120 pixels per centimeter.


Cameraresolutie: Hoeveel pixels op de sensor van het fototoestel zitten wordt uitgedrukt in 'megapixel'. 1 miljoen pixels is 1 megapixel. Een camera met bijvoorbeeld 4500 x 3000 pixels (h x b) bevat dus 13.500.000 pixels, ofwel 13,5 megapixel. Het aantal effectief gebruikte pixels is vaak wat lager: de pixels aan de randen van de sensor worden om technische redenen niet volledig benut. Hoe meer pixels een camerasensor bevat, des te groter kunnen kwaliteitsafdrukken gemaakt worden, en hoe meer geheugenruimte een opgeslagen fotobestand in beslag neemt.


Rekenen met pixels: Bij een kwaliteitsafdruk van een digitaal bestand gaat men uit van een resolutie van 300 ppi, ofwel 120 pixels per centimeter. Wil je een mooie vergroting van 30 x 45 cm aan de muur, dan heb je voor zo'n afdruk dus (minstens) 30 x 120 = 3600 pixels in de hoogte, en 45 x 120 = 5400 pixels in de breedte nodig. Een camera moet dit aantal pixels dus kunnen produceren. Nu komt het begrip cameraresolutie om de hoek kijken: voor zo'n grote afdruk heb je in theorie dus een sensor met 3600 x 5400 = 19.4 megapixel nodig.

In de praktijk kom je vaak pixels te kort om zo'n vergroting te maken. Dan kun je twee dingen doen: je maakt de resolutie van de afbeelding lager, of je maakt er pixels bij dmv een beeldbewerkingsprogramma, dat heel acceptabele resultaten kan geven. Bij een te grote afdruk van een foto met een te lage resolutie ga je pixels zien als storende blokjes in de afbeelding. Natuurlijk speelt daarbij de afstand tussen toeschouwer en afbeelding een grote rol.

Als de originele opname te weinig pixels bevat om een mooie vergroting te verkrijgen, laat je Photoshop er pixels bijmaken. De afbeelding verliest dan wel detaillering en scherpte.

Het bijmaken van ontbrekende pixels wordt interpolatie genoemd en kan op een aantal verschillende manieren worden gedaan, de keuze maak je helemaal onderin het dialoogvenster 'Afbeeldingsgrootte'.



Naaste buur:

Een snelle, maar minder precieze methode waarbij de pixels in een afbeelding worden gedupliceerd. Deze methode is bestemd voor illustraties met randen waarop geen anti-aliasing is toegepast, zodat scherpe randen behouden blijven en een kleiner bestand ontstaat. Het nadeel van deze methode is dat oneffen effecten kunnen ontstaan, die zichtbaar worden wanneer een afbeelding wordt vervormd of geschaald of wanneer u verschillende bewerkingen uitvoert op een selectie.



Bilineair:

Een methode waarbij pixels worden toegevoegd door het gemiddelde te nemen van de kleurwaarden van de omliggende pixels. Dit levert resultaten van gemiddelde kwaliteit op.



Bicubisch:

Een langzamere maar meer precieze methode op basis van een onderzoek van de waarden van de omliggende pixels. Bicubisch maakt gebruik van complexere berekeningen en levert vloeiender toongradaties op dan Naaste buur of Bilineair.



Bicubisch vloeiender:

Een geschikte methode voor het vergroten van afbeeldingen op basis van Bicubische interpolatie, maar ontworpen voor het produceren van vloeiender resultaten.



Bicubisch scherper:

Een geschikte methode voor het verkleinen van de afbeeldingsgrootte op basis van Bicubische interpolatie met verbeterd verscherpen. Met deze methode blijven de details behouden wanneer u het aantal pixels wijzigt. Als Bicubisch scherper sommige gebieden van een afbeelding te scherp maakt, probeert u Bicubisch.  (bron: Adobe)



Terug naar overzicht artikelen Fototechniek...

Onnodige fouten:

Veel mensen stellen hun camera zo in dat er kleinere bestanden worden bewaard dan de camera eigenlijk zou kunnen. Men denkt zo te voordeliger uit zijn: er kunnen dan immers meer beelden op de geheugenkaart worden weggeschreven. Als later een vergroting van zo'n te kleine opname wordt gemaakt, zie je vaak een teleurstellend resultaat. Beter is het een geheugenkaart met meer geheugen te gebruiken en zo groot mogelijke foto's maken. Je kunt van een poster makkelijker (en mooier) een ansichtkaart maken dan andersom!


We nemen als voorbeeld een willekeurig bestand dat we willen laten afdrukken op 20x28,5 cm. In het venster 'Afbeeldingsgrootte' van Photoshop zie je het aantal pixels dat de afbeelding in de hoogte en breedte bevat genoemd bij 'Pixelafmetingen'.

Het afdrukformaat en de afbeeldingsresolutie worden getoond bij 'Documentgrootte' (zie afbeelding hieronder).

Wanneer je in bovenstaand voorbeeld de breedte van 83,33 cm naar 20 cm verandert, dan wijzigt bij 'Pixelafmetingen' de breedte in 567 pixels en de hoogte in 808 pixels. Er worden dus veel pixels weggegooid, die je nooit meer terug krijgt. Er verdwijnt informatie.


Op een beeldscherm ziet de afbeelding er misschien nog acceptabel uit, maar een kwaliteitsafdruk kun je er niet van laten maken. In dit geval moet je het vinkje bij 'Nieuwe pixels berekenen' uitzetten voordat je het aantal centimeters verandert, zodat het oorspronkelijke aantal pixels in de opname gelijk blijft. Je ziet dan wel de resolutie hoger worden, maar dat is geen probleem.